Voetonderzoek op Sumba: ‘Hoe bewegen voeten die nog nooit schoenen hebben gezien’.

Voetonderzoek op Sumba, een Indonesisch eiland

Van 25 september tot en met 27 oktober 2017 ben ik op Oost Sumba geweest.
Ik heb 164 voeten onderzocht van 82 personen tussen de 11 en 90 jaar oud. De bewoners in de omgeving van Waimarang, op Oost Sumba, lopen veelop slippers of blootsvoets en hoofdzakelijk op oneffen terrein.
Een hele interessante reis, waaronder een verblijf in de middle of nowhere zonder water en sanitair.

Doel onderzoek

De reden voor dit onderzoek is ingegeven door mijn de ervaringen van de afgelopen 10 jaar met de voettherapie die in de praktijk is ontstaan.


Teenbeweging tijdens lopen bij staan op de voet

Een essentieel onderdeel van mijn behandeling is het leren inschakelen van de teentopspieren van de voetzool tijdens lopen. Niet bij de afzet, maar juist wanneer je op de hele voet staat. Direct bij de teenlanding wordt geleerd om de teentoppen licht en kort in de vloer te duwen. De grote teen buigt en de kleine tenen gaan kortdurend in een hamerstand staan. Bij kleine kinderen zie je deze teenbeweging spontaan optreden.
Het aanleren van deze teenspieractie heeft bij veel voetklachten een positief effect op de pijn.

Bevindingen van het onderzoek ( 82 personen):

  • Bij iedere onderzochte voet treedt klauwstand van de tenen op, bij het sta-moment op de hele voet, tijdens het lopen.

Spierlengte lange teentopspieren

Daarnaast wilde ik graag weten of de spierlengte van de lange teentopspieren verschilt van mijn bevindingen in de dagelijkse praktijk. De ervaring leert dat te lange teentopspieren die verkort zijn, verschillende voetklachten kunnen geven.

Test: De testpersoon zit op de vloer met de benen vooruit. De benen liggen over een kleine rol met licht gebogen knie. De onderzoeker houdt de enkel in een haakse hoek en beweegt de grote teen omhoog, zover als mogelijk is, zonder dat de middenvoet meebeweegt. De maximaal gemeten hoek van de grote teen is gemeten. Bij de kleine tenen is de hoek gemeten van het tweede teen.

Bevindingen onderzoek bij 82 personen ( gemiddelde hoek) :

  • Grote teen links: 47°
  • Kleine tenen links: 43°
  • Grote teen rechts: 46°
  • Kleine tenen rechts: 40°

In mijn dagelijkse praktijk liggen de metingen meestal tussen de 10° en 20°.

Spierkracht voetspieren

Tevens heb ik heb de spierkracht van de kleine voetspieren gemeten.
Voor deze meting heb ik de paper grip test gebruikt. Deze test wordt beschreven in de wetenschappelijke literatuur en gebruikt in onderzoek.
In de beginfase van de ontwikkeling van de voettherapie heb ik deze test vaak uitgevoerd. Niemand bleek goede spierkracht te hebben.

Bij het uitvoeren van paper grip test zit de testpersoon met de voet plat op de vloer. Er is een haakse hoek tussen het boven- en onderbeen. De voet staat recht onder de knie op de grond. Bij de test wordt een visitekaartje onder de grote teen gelegd. De grote teen wordt naar beneden gedrukt, terwijl geprobeerd wordt het visitekaartje onder de teen weg te trekken. De test wordt 3x herhaald. Tijdens de test mag de hiel niet van de vloer komen. De kleine tenen worden gezamenlijk getest op dezelfde wijze. De spierkracht is voldoende wanneer bij de 3 testen per teen/tenen, het visitekaartje wordt vastgehouden.

Bevinding ‘goede spierkracht’ getest bij 81 personen:

  • Grote teen links: 61
  • Kleine tenen links: 59
  • Grote teen rechts: 63
  • Kleine tenen rechts: 55

In de beginperiode van de voetoefentherapie heb ik de paper grip test vaak uitgevoerd. Bij geen enkele patient heb ik goede teenspierkracht gemeten. Op dit moment gebruik ik de paper grip test niet meer.

 

Comments are closed.